|
Projecten voor ‘vlot, veilig en verantwoord verplaatsen’ verder voorbereid |
Om de ‘metropoolregio’ Rotterdam-Den Haag ook in de toekomst bereikbaar te houden, hebben Rijk en regio in het Masterplan Rotterdam Vooruit (2009) een bereikbaarheidsoffensief afgesproken. De voorgestelde maatregelen en projecten daaruit hebben elk hun eigen trajecten van nader onderzoek en besluitvorming. De eerstvolgende stap in de planvorming is over het algemeen het voorbereiden en nemen van een voorkeursbeslissing (kijk voor een toelichting op zo'n beslissing onderaan deze nieuwsbrief).
De overkoepelende projectorganisatie Rotterdam Vooruit zorgt voor de coördinatie en onderlinge afstemming. Per 1 januari 2010 heeft Remco Derksen bij deze organisatie de taak van projectmanager overgenomen van Job van den Berg, die als strategisch adviseur aan Rotterdam Vooruit verbonden blijft.
Meer informatie is verkrijgbaar bij het secretariaat van de projectorganisatie Rotterdam Vooruit. |
In deze nieuwsbrief vindt u meer informatie over de voortgang van de volgende projecten uit het Masterplan Rotterdam Vooruit:
Het Masterplan Rotterdam Vooruit verscheen eind 2009 in een opvallende ruitvormige uitgave. Sinds de verschijning is een fout geconstateerd in één van de tabellen uit bijlage 4. Deze fout is in de digitale versie van de bijlage hersteld. |
|
voorbereiden snel uit te voeren maatregelen |
Om het netwerk van autowegen, fietspaden en verbindingen voor het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, zijn verbeteringen nodig van capaciteit, kwaliteit en milieueffecten. In eerste instantie richt het projectteam Netwerkverbeteringen zich daarvoor op ‘quick wins’: maatregelen die zonder al teveel voorbereidingstijd en op korte termijn (vanaf 2012) uit te voeren zijn.
Mogelijkheden voor snelle verbetering zoekt het team bijvoorbeeld bij:
- knooppunten van autowegen en openbaar vervoer zoals Alexander, Schieveste en Zuidplein;
- de toegankelijkheid en kwaliteit van het openbaar vervoer;
- systemen om de doorstroming van het verkeer te optimaliseren;
- het vrachtvervoer in de binnenstad.
In de komende periode brengt het projectteam opties voor zulke verbeteringen in kaart en legt deze, voorzien van een plan van aanpak voor de uitvoering, voor aan de betrokken bestuurders. Die nemen over deze voorstellen in het voorjaar van 2010 nadere besluiten. |
Nieuwe Westelijke Oeververbinding:
studie naar tracés en effecten |
Een extra verbinding over of onder de Nieuwe Waterweg moet ervoor zorgen dat de huidige bruggen en tunnels, met name de Beneluxtunnel, in de toekomst niet overbelast raken. Het Masterplan Rotterdam Vooruit noemt daarvoor twee mogelijkheden: bij Rozenburg (Blankenburgtracé) of bij de Maeslandtkering (Oranjetracé).
In de komende maanden onderzoekt het projectteam NWO (Nieuwe Westelijke Oeververbinding) de voordelen, nadelen en effecten van deze tracés en bespreekt de opties met betrokken overheden en belanghebbenden. Midden 2010 maken de betrokken bestuurders op basis van de verzamelde informatie - én regionaal draagvlak - een keuze tussen deze twee alternatieven. Het gekozen alternatief wordt vervolgens in een formele planfase nader uitgewerkt en onderzocht inclusief mogelijk aanvullend benodigde maatregelen in het netwerk, zoals een verbreding van de Veilingroute.
Een milieueffectrapportage en diverse mogelijkheden om te reageren op de plannen, zijn onderdeel van deze fase. |
Kwaliteitssprong OV op Zuid:
problematiek en oplossingen in kaart |
Meer en beter openbaar vervoer tussen Rotterdam-Zuid en de rest van de regio is één van de middelen om de aantrekkelijkheid van dit stadsdeel als woon- en vestigingsplaats te vergroten. Onderwijs, werk, zorg en cultuur worden zo beter toegankelijk. Goede verbindingen, ook per fiets en auto, dragen naar verwachting bij aan het inlopen van de huidige achterstand van het stadsdeel en aan een grotere aantrekkingskracht voor nieuwe bewoners en bedrijven. |
In de eerste helft van 2010 brengt het projectteam Kwaliteitssprong OV op Zuid om die reden eerst de ruimtelijk-economische en sociaal-maatschappelijke problemen van het stadsdeel in kaart. Op basis daarvan worden scenario’s gemaakt om de bereikbaarheid te verbeteren en beoordeeld op hun effecten, kosten en mogelijkheden voor financiering. Bedoeling is naar aanleiding van deze scenario’s een principe-voorkeursbeslissing te nemen over de wijze waarop de OV-bereikbaarheid verbeterd kan worden. Daarna kan deze uitgewerkt worden tot een voorkeursbeslissing, die bij de komende kabinetsformatie ter tafel kan komen. |
Herontwerp Brienenoord Corridor: voorbereiden nadere keuzes |
De ‘Brienenoord Corridor’, de noord-zuidverbinding via de Brienenoordbrug en ook de Algerabrug aan de oostkant van Rotterdam, vormt in de toekomst een knelpunt voor de mobiliteit en daarmee ook voor de leefbaarheid in de omgeving. In de komende periode onderzoekt het projectteam Herontwerp Brienenoord Corridor de mogelijkheden voor een herinrichting van het wegennetwerk in de corridor. Bedoeling is daarmee de verwachte verkeersproblemen aan te pakken in relatie met de voorzieningen voor openbaar vervoer en fiets en met de ruimtelijke ontwikkelingen die voor het gebied op stapel staan. |
Het projectteam onderzoekt zowel ingrijpende herindelingen als snel uit te voeren, kleinschalige aanpassingen. Daarvoor inventariseert het projectteam eerst samen met de betrokken gemeenten en andere belanghebbenden de problemen en mogelijke oplossingen voor de korte en lange termijn. Op basis daarvan ontwikkelt het projectteam enkele samenhangende oplossingsrichtingen en onderzoekt daar de effecten van. Najaar 2010 moeten de betrokken bestuurders dan een besluit kunnen nemen over het wel of niet starten van een nadere planuitwerking. |
Het Masterplan Rotterdam Vooruit bevat ook een voorstel voor een tweetal wegverbredingen in het oostelijk deel van de stadsregio Rotterdam:
- opstellen voorkeursbeslissing voor de A20 tussen Nieuwerkerk en Moordrecht;
- (een verkenning naar) de zuidelijke baan van de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem.
Voor beide projecten zijn al veel verkeersgegevens en -analyses beschikbaar. In de komende periode brengt het projectteam deze in overleg met betrokken gemeenten en andere belanghebbenden samen en vult ze waar nodig aan met nieuw onderzoek. Op basis daarvan worden ontwerpen voor de verbreding en inpassing gemaakt en uitgewerkt tot een voorkeursbeslissing. Dit najaar moeten betrokken bestuurders hierover knopen kunnen doorhakken. |
|
Een voorkeursbeslissing over een project van de overheid, heeft de volgende elementen:
- Helder en voldoende specifiek besluit met voldoende bestuurlijk draagvlak.
- Afweging van alle redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven.
- Nut en noodzaak zijn voldoende aangetoond.
- Milieueffecten zijn in de afweging meegenomen met behulp van een milieueffectrapportage op planniveau.
- Publieksparticipatie en bestuurlijk en maatschappelijk overleg.
- Goede en volledige kostenraming, inclusief risico’s en marges.
- Zicht op financiering.
- Heldere afspraken en termijnen voor de vervolgstappen.
- Op hoofdlijnen overeenstemming over de inpassingmaatregelen en de financiering.
- Planning van vervolgstappen waarin rekenschap wordt gegeven van risico’s voor de doorlooptijd.
Deze elementen waarborgen een zorgvuldige afweging. |
|
Het Masterplan Rotterdam Vooruit bevat, naast een visie als leidraad, vijf projectvoorstellen die de projectorganisatie momenteel nader uitwerkt, met het doel hier dit jaar beslissingen over te nemen:
-
Netwerkverbeteringen: in samenhang aanpakken, verbeteren en beter benutten van de netwerken voor mobiliteit en daarbij de belangen voor ecologie, economie en leefomgeving combineren.
-
Nieuwe Westelijke Oeververbinding: een extra verbinding onder of over de Nieuwe Waterweg, ten westen van de Beneluxtunnel.
-
Kwaliteitssprong OV op Zuid: meer en beter openbaar vervoer tussen Rotterdam-Zuid en de rest van de regio.
-
Herontwerp Brienenoord Corridor: nader onderzoek naar een betere doorstroming op de noord-zuidverbinding via Brienenoord- en Algerabrug.
-
Wegverbredingen: verbreden van de A-20-oost bij Nieuwerkerk aan den IJssel en de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem (dit laatste traject is op verzoek van de bestuurders toegevoegd).
Daarnaast zet de projectorganisatie de volgende, bestaande, programma’s voort in de vorm van nader onderzoek en het voor-bereiden van beslissingen:
-
Bereikbare regio: samen met Haaglanden de bereikbaarheid van de ‘metropoolregio’ verder onderzoeken.
-
Zuidvleugelnet: ontwikkelen van één samenhangend openbaarvervoersysteem voor de zuidvleugel van de Randstad.
-
Verbeteren wegennetwerk: een beter functionerend stedelijk en stadsregionaal wegennet.
-
Spooruitbreiding: uitbreiden van de spoorcapaciteit Den Haag - Dordrecht; dit advies is ondergebracht bij PHS, Programma Hoogfrequent Spoor. | | |
|
COLOFON
In deze nieuwsbrief leest u de laatste ontwikkelingen en achtergronden van het project Rotterdam Vooruit.
Deze nieuwsbrief verschijnt alleen in digitale vorm.
Wij proberen u zo goed mogelijk te informeren. Aan deze nieuwsbrief kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Rotterdam Vooruit wordt uitgevoerd door de projectorganisatie MIRT Verkenning ‘Regio Rotterdam en Haven duurzaam bereikbaar'. Hierin werken het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Provincie Zuid-Holland, de Stadsregio Rotterdam en de gemeente Rotterdam samen aan de bereikbaarheid van de regio Rotterdam in 2040.
RANDSTAD URGENT Rotterdam Vooruit is onder-deel van het kabinets-programma Randstad Urgent, waarin overheden samen de problemen in de Randstad aanpakken en gáán voor een bereikbare, veilige en aantrekkelijke Randstad.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
| | |